ACTUALITEIT
2009-05-13 -
Parlementaire Onderzoekscommissie Grote Fiscale Fraudedossiers
(toespraak parlementaire bespreking – woensdag 13 mei 2009)
Oorzaken en omvang van de fiscale fraude
Sta mij toe om mijn toespraak in het kader van het rapport met aanbevelingen van de Parlementaire Onderzoekscommissie naar de grote fiscale fraude te beginnen met te stellen dat het maken van duidelijke en fraudeongevoelige wetten één van de kerntaken zou moeten zijn van een overheid. De praktijk toont aan dat door de regeringen van de afgelopen decennia een grote nalatigheid aan de dag is gelegd.
De strijd tegen de fiscale fraude begint dan ook met een onderzoek naar de omvang en de oorzaken van de fiscale fraude in dit land.
Daar kunnen we toch niet om de vaststelling heen dat er een duidelijk verband is tussen enerzijds de omvang van de fiscale fraude en anderzijds de omvang van de zwarte economie, de hoogte van de fiscale druk en de complexiteit van de fiscale wetgeving. Drie parameters waar België binnen de Europese Unie mee vooraan in de kop van het peloton loopt. En dan hebben we het nog niet over het gebrek aan fiscale controles en de uitermate lage pakkans waardoor de verleiding om te frauderen in dit land groot blijft.
Als men de financiële berichtgeving van de laatste dagen in ogenschouw neemt, kan men niet om de vaststelling heen dat het rapport met 54 aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie belast met het onderzoek naar de grote fiscale fraudedossiers geen dag te laat komt.
Zo hebben we kunnen vernemen dat het Gentse gerecht een monsterfraude van 50 miljoen euro heeft blootgelegd. Dit gebeurde naar verluidt op basis van bankgegevens van Belgen in het belastingparadijs Lichtenstein. Maar ook hier tikt de tijd verder. Alleen het Gentse parket opende een onderzoek terwijl alle andere betrokken parketten in wachtmode zitten. Ook in dit dossier is het risico reëel dat de zaak verjaart en de kans verkeken worden om belastinggeld te recupereren.
En dan hebben we de afgelopen week ook nog een nieuwe vertraging in het dossier van tapijtenfabrikant Beaulieu. Een dossier waarvan het gerechtelijk onderzoek naar vermoedelijke fraude einde 1990 van start is gegaan en waar 18 jaar later de raadkamer nog altijd niet heeft kunnen beslissen of de ruim 30 betrokkenen voor de strafrechter moeten verschijnen. De aanbevelingen komen geen dag te laat.
Constructieve samenwerking
Op de vraag of de parlementaire onderzoekscommissie over het afgelopen jaar op een constructieve manier heeft kunnen werken, durf ik als lid van de oppositie te beweren van wel. Als Vlaams Belang hadden we aanvankelijk 12 principiële aanbevelingen geformuleerd en tot onze tevredenheid hebben er daarvan 8 de eindstreep gehaald. Zo dwaas zullen onze voorstellen dan ook niet geweest zijn.
Slechte werking fiscus en gerecht
Er is het afgelopen jaar constructief gewerkt. Al was het maar omdat de onderzoekscommissie de verdienste heeft gehad om een reeks van fraudedossiers meer in detail ten kunnen onderzoeken. Via een analyse van de tijdslijn hebben we kunnen vaststellen dat er toch één en ander grondig is misgelopen met de manier waarop zowel de fiscus als het gerecht de dossiers inzake forfaitaire buitenlandse belasting of afgekort FBB dossiers maar ook inzake de kasgeldvennootschappen heeft afgehandeld.
De afhandeling van de fraudedossiers door de diensten van de fiscus verliep in vele gevallen zodanig versnipperd dat enorm veel tijd is verloren alvorens een klacht bij het gerecht werd ingediend. Maar ook binnen het gerecht zijn vele dossiers onder het stof terechtgekomen door gebrek aan gecoördineerde aanpak en goed opgeleid personeel.
Het schrijnend tekort aan ervaren speurders en onderzoeksrechters om de fraudedossiers tot een goed einde te brengen binnen een redelijke termijn loopt als een rode draad doorheen de vaststellingen van de onderzoekscommissie. Om nog maar te zwijgen over de vele onenigheden en conflicten tussen de fiscus enerzijds en de parketmagistraten anderzijds.
Brussels parket = puinhoop
Alleen al bij het Brusselse parket zou het aantal dossiers van onderzoek naar fiscale fraude een berg van zowat 1.500 kartonnen dozen bedragen.
Ja u leest het goed, in gerechtelijke termen spreekt men anno 2009 nog altijd van kartonnen dozen. Het digitale tijdperk is daar tot op heden gewoon onbestaande.
In die dozen steken naar verluidt zowat 300 dossiers waarvan het onderzoek al geruime tijd is afgerond maar waarvan het proces nog moet beginnen. Het parket moet de inhoud van de dozen nog samenvatten of is er misschien voor een aantal dossiers al mee begonnen.
Vervolgens dienen eindvorderingen nog te worden geschreven en moet de raadkamer de processen te starten.
Daarvoor beschikt het Brusselse financiële parket over, zeggen en schrijven, een tiental mensen.
Het mag dan ook niet verbazen dat verschillende afgeronde dossiers liggen te verstoffen. De kans is groot dat een groot deel ervan uiteindelijk zullen verjaren en dus onbestraft blijven. Dat is anno 2009 niet langer aanvaardbaar en te verdedigen ten aanzien van de publieke opinie. En dan verbaast men er zich over dat zo vele fiscale onderzoeken mislukken en nooit tot een veroordeling leiden.
En juist door al die versnipperingen, door al die chaoterie, door het gebrek aan structuur, door het gebrek aan kwalitatief opgeleid personeel, door gebrek aan coördinatie en samenwerking heeft de onderzoekscommissie via 71 hoorzittingen een veel beter inzicht gekregen op de werking van fiscus en gerecht .
Regering moet aan de slag
Met de 54 aanbevelingen wil het parlement er bij de regering op aandringen om aan de slag te gaan en op een krachtdadige manier werk te maken van die aanbevelingen en de fiscale fraude op een snelle en dus vroegtijdige manier maar ook op een efficiënte manier aan te pakken en af te handelen.
En dan richten we ons zowel tot de minister van Financiën als tot de minister van Justitie, maar ook en met dezelfde aandrang tot de twee staatssecretarissen belast met de fiscale fraude en de vereenvoudiging van de fiscale procedures.
Ik denk niet dat er nog een ander Europees land zo goed bedeeld met excellenties die zich om fiscale en sociale fraude zouden moeten bekommeren maar waar tot op heden nog niet teveel tastbaars is gebeurt en dat het vooral een verhaal is van vallen en opstaan.
Vlaams Belang is van oordeel dat de ministers en staatssecretarissen geen andere keuze hebben dan deze 54 aanbevelingen ter harte te nemen.
Ik richt mij nog even tot de heren ministers en staatssecretarissen. Sta mij toe dat bij mij na 10 jaar actief te zijn in de commissie voor de Financiën en de Begroting de frustratie is ontstaan, en ik ben er van overtuigd dat ik niet de enige ben binnen dit parlementaire halfrond maar waarschijnlijk ook daarbuiten, dat we bij de start van het parlementaire jaar elke keer opnieuw bij elke regeringsverklaring of beleidsnota de intenties moeten aanhoren hoe de regering de strijd tegen de fiscale fraude gaat opvoeren en welke mooie doelstelling zij daarvoor in haar begroting inschrijft. Maar een bedrag in de begroting inschrijven is één ding, het bedrag ook daadwerkelijk innen is blijkbaar toch een ander paar mauwen.
Wel, met dit rapport wordt aan de regering een reeks aanbevelingen aangereikt waarmee ze onmiddellijk aan de slag kan en waarmee ze aan de hardwerkende Vlamingen kan laten zien dat de regering het meent met haar regeringsverklaring en dito beleidsnota’s.
Enkele minpunten
Wat de werkzaamheden van de Onderzoekscommissie betreft zijn er drietal feiten geweest waardoor er wat krassen zijn geweest op het goede verloop van de werkzaamheden.
Een eerste element was het gegeven dat daags na bespreking achter gesloten deuren van de zaak Beaulieu een feitelijke verslaggeving te lezen was in de krant De Tijd (dd 13/01/2009). Dit heeft o.a. voor gevolg gehad dat getuigen zich vragen stelde bij deze manier van werken en dat ik mij meen te herinneren dat administrateur Frank Philipsen van de BBI helemaal geen verklaringen meer wou afleggen over welk fiscaal dossier dan ook omdat een bespreking achter gesloten deuren niet voor de nodige discretie kon zorgen.
Ook het feit dat op de vooravond van de eerste lezing van de uitgeschreven aanbevelingen het document op website van De Tijd circuleerde vond ik van het goede teveel. Ik heb me steeds afgevraagd welke de bedoeling was van deze georganiseerde lekken.
Maar de klap op de vuurpijl was het feit dat de staatssecretaris Devlies onze werkzaamheden van het schrijven en afronden van de aanbevelingen van de onderzoekscommissie doorkruiste met een zeer opmerkelijk voorstel. Hij vond er niet beter op een voorstel te doen dat er in bestaat om voor misdrijven met een celstraf de mogelijkheid wordt gegeven om de straf af te kopen.
Ik heb de staatssecretaris al in commissie over zijn merkwaardig voorstel ondervraagd maar ik zeg het nogmaals, de staatssecretaris had over de strafrechtelijke minnelijke schikking beter gezwegen.
Er blijft een wrange smaak aan zijn voorstel hangen : “
wie niet veel geld heeft kan gaan zitten, wie rijk is stapt al fluitend de rechtbank buiten”.
Ondertussen heeft men kunnen vaststellen dat er over voorstel Devlies geen aanbeveling in het rapport is opgenomen omdat de onenigheid over het voorstel Devlies nog voldoende groot is om het als een verworvenheid te beschouwen.
Het volstaat om te verwijzen naar de uitlatingen van Luk Van Biesen van Opne-VLD. Zijn uitlatingen waren niet echt lovend als ik het met een eufemisme durf te stellen.
Luk Van Biesen stelde dat het voorstel van de staatssecretaris haaks staat op de bevindingen van de onderzoekscommissie. Hij zie letterlijk: “
het is niet omdat de meeste strafrechtelijke vervolgingen zonder gevolg blijven door de traagheid van het gerecht, dat men een systeem moet invoeren waarmee klassenjustitie haar intrede kan doen” en hij voegde er nog aan toe “
dit is niet de juiste weg. Het falen van justitie in vele dossiers mag niet leiden tot het zich tevreden stellen met het ontvangen van enkele bankbriefjes van criminelen die het zich kunnen veroorloven” einde citaat en dixit Luk Van Biesen.
Maar ook de PS, bij monde van Alain Mathot was niet echt opgezet met het voorstel Devlies.
Bijkomende aanbevelingen van Vlaams Belang
Vlaams Belang heeft ook nog een motie van aanbeveling ingediend. De motie strekt er toe om toch nog een aantal elementen onder de aandacht te brengen.
Elementen die te maken hebben met de oorzaken van de fiscale fraude, maar ook een aantal zwakheden zoals geformuleerd in de aanbevelingen.
Zo stellen we vast dat de formulering inzake het genaderecht veel te wollig geformuleerd is waardoor men nog alle kanten uitkan. Wij waren voorstander om het genaderecht af te schaffen. Ook de aanbeveling om meer geld en middelen te voorzien voor de Bijzondere Belastinginspectie kan zo maar geen verworvenheid zijn.
Vlaams Belang zou graag de organisatorische werking van de BBI evenals de behaalde resultaten toch voorafgaandelijk willen onderzocht en geëvalueerd zien, alvorens een blanco cheque aan de BBI wordt gegeven.
Wat de internationale constructies betreft zijn we van oordeel dat in het rapport te licht wordt voorbijgaan aan de economische gevolgen van de verplichting om in het kader van internationale constructies
alle transacties (dus zowel de financiële als economische) van ondernemingen met een belastingparadijs spontaan aan te geven. We moeten toch wel opletten dat niet de zoveelste administratieve rompslomp in het leven wordt geroepen en we de Vlaamse exportbedrijven met een dergelijk mechanisme het zakendoen onmogelijk maken.
Vandaar dat we nog een aantal bijkomende aanbevelingen wensen te formuleren :
1. De commissie meent dat de huidige en de volgende federale regeringen een urgente en doorgedreven politiek van verlaging van de globale fiscale druk dienen te voeren derwijze dat terzake de kopgroep van de Oeso-lijst wordt verlaten en België onder het gemiddelde van de groep van geïndustrialiseerde landen zou geklasseerd kunnen worden.
2. Het principe binnen de fiscale rechtsleer van de “minst belaste weg” mag niet automatisch geïnterpreteerd worden als zijnde frauduleus.
3. In het kader van rechtszekerheid dient zorgzaam te worden omgegaan met de retro-actieve toepassing van aangepaste wetgeving voor de bestrijding van nieuwe financiële of fiscaaltechnische constructies.
4. Het achterhaalde koninklijke voorrecht inzake het genaderecht dient te worden afgeschaft.
5. Justitie moet op korte termijn zijn eigen gespecialiseerd en goed opgeleid personeelskader kunnen uitbouwen met aandacht voor het invoeren van een doorgedreven opleiding voor onderzoeksrechters voor financiële dossiers
Deze bijkomende aanbevelingen doen evenwel geen afbreuk aan de 54 aanbevelingen van het rapport waarvan we van oordeel zijn dat de regering onmiddellijk uitvoering dient te geven aan deze aanbevelingen. Ook moet er in het parlement een opvolging komen van de werkzaamheden in de schoot van een parlementaire werkgroep bestaande uit leden van de commissie voor de Financiën en Begroting en de commissie voor de Justitie. Dit om de aanbevelingen die een wetswijziging vergen om te zetten in wetteksten. Tevens wordt de bevoegde ministers gevraagd om jaarlijks aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers een verslag uit te brengen over de verdere tenuitvoering van haar beleid inzake de strijd tegen fiscale fraude.
In het rapport hebben we verschillende aanbevelingen opgenomen met suggesties om de werking van de FOD Financiën te verbeteren. Maar misschien zou de beste aanpak van de strijd tegen de fiscale fraude wel eens kunnen zijn om de huidige minister van Financiën gewoon te vervangen.
Maar dat is een heel ander debat en bovendien ook een politiek debat, die buiten de scoop en het opzet van de onderzoekscommissie viel. Maar wat betreft “
het vervangen van de slechtste minister van Financiën ooit” om het met de woorden van Hendrik Bogaert en Carl Devlies (CD&V) te zeggen (toen ze nog in de oppositie zaten), kunnen we na de verkiezingen van 7 juni aanstaande een boompje over opzetten wanneer de federale regering uit haar stilstand ontwaakt en misschien terug aan de slag gaat om dit land te regeren.
|